Alpine A110

Een rijtest waar we bij Hot Hatch al maanden naar uitkeken. En we kunnen al meteen verklappen: zelden hebben we met zoveel tegenzin opnieuw een auto moeten gaan afleveren bij een merk.

Waarom keken we zo rijkhalzend uit naar de nieuwe Alpine? Allereerst vanwege de rijke autosport historie. Daarnaast de geboorte van een ‘nieuw’ merk onder de vleugels van Renault (Sport). Een wagen dat rijplezier voorop stelt. Redenen genoeg om enthousiast te zijn…

Dat rijplezier, hoe hebben de mannen en vrouwen van Alpine dat dan willen bereiken? De absolute prioriteit was een zo laag mogelijk gewicht behalen en in 4,5 seconden naar 100 km/h. De teller van de weegschaal stopt uiteindelijk, afhankelijk van de versie, bij ongeveer 1100 kg. Een opmerkelijke prestatie waar Alpine alle middelen uit de kast heeft gehaald om overal de laatste grammetjes vet van de wagen te halen. Het chassis en koetswerk zijn volledig uit aluminum gemaakt en verlijmd, net zoals dat bij een Lotus het geval is. Het zorgt voor een uitmuntende stijfheid met een laag gewicht.

Ondergetekende heeft het nog niet vaak meegemaakt, maar vanaf de eerste meters gaf de Alpine een gevoel van “dit is het”. De uitmuntende – en met 13 kg ook zeer lichte – sportzetels verwelkomen je in het interieur. Je kan ze horizontaal verschuiven, wil je de hoogte ook instellen heb je wat manueel werk te doen. Het kleine stuur met dikke velg voelt prima aan. De besturing voelt vrij licht aan maar is toch ook voldoende communicatief.

De A110 heeft dezelfde 1.8 turbo die we ook terug vinden in de Mégane RS. In de Mégane levert hij tot 300 pk, de Alpine houdt het bij ‘amper” 252 pk. Het klinkt tegenwoordig bijna als ondermaats voor een sportwagen, maar in combinatie met het lage gewicht kom je toch aan prestaties die meer dan voldoende zijn. We twijfelen er echter niet aan dat er later nog krachtigere versies gelanceerd zullen worden. De wagen hangt goed aan het gaspedaal en er is ruim voldoende koppel om in elke versnelling vlot te accelereren. Ook qua beleving zijn er geen klachten: je hoort behoorlijk veel aanzuiggeluiden en de turbo blaast er vrolijk op los. Gecombineerd met de sterk aanwezige – maar niet storende – onderbreking bij het schakelen wordt elk ‘boerenbaantje’ al snel een racebaan. Getuige de tussenkomst van de blauwe vrienden na amper 2 uur onderweg te zijn met de Alpine…

De focus van de Alpine ligt duidelijk niet op de scherpst mogelijke laptime neerzetten. Daarvoor is de ophanging net iets te zacht (wat dan weer prima is voor het dagdagelijks comfort) en het rijgedrag te hard afgesteld op overstuur. Een tikje op de remmen in de bocht, of volgas een bocht uit accelereren, en de Alpine begint vrolijk met zijn kont te kwispelen. De meeste wagens met middenmotor kunnen wat tricky reageren met dergelijk rijgedrag maar de Alpine is nooit intimiderend overgekomen.

Vooraf hadden we wat twijfels bij de keuze van Alpine voor een automatische versnellingsbak. Als je een auto op de markt zet met rijplezier als hoofddoel, dan past een automatische bak niet helemaal in dat plaatje. Alpine heeft een simpele verklaring: er was maar budget voor 1 versnellingsbak ‘top’ te ontwikkelen en marktonderzoek wees uit dat de meerderheid van potentiële klanten een automatische bak verkoos. Daarnaast is de automatische versnellingsbak in de Megane RS en -vooral- de Clio RS niet helemaal een succes gebleken. Na 4 dagen onderweg te zijn geweest kunnen we wel concluderen dat over het algemeen de bak prima zijn werk doet. Bij rustig rijden schakelt de bak zacht, bij sportiever rijden is de bak nog steeds bij de les. Het is pas als je echt alles uit de kast haalt dat hij soms wat te kort schiet.  Daarom verkozen we dan ook om de meeste kilometers te rijden in de manuele stand met de paddles achter het stuur. Die doen hun job prima en reageren snel genoeg. Minpunt is dat ze niet meedraaien met het stuur en je soms dus wat zit te zoeken.

Vermelden we ook nog het verbruik dat bijzonder goed meeviel. Met een ecorun op de autostrade haalden we makkelijk 6,5l/100 km, bij enkele sprintjes en ritten op de lokale autobahn steeg dat naar een dikke 20 liter. Als eindverbruik eindigden we op iets meer dan 9 liter gemiddeld, wat zeer goed meevalt gezien de geleverde prestaties.

Zijn er dan helemaal geen minuten aan de Alpine? Uiteraard wel. Het zicht naar achteren is eerder symbolisch te noemen, wat wel voor wat ongemakkelijke toestanden zorgde bij het parkeren. Daarnaast is er ook quasi geen opbergruimte in het interieur, waardoor je al goed moet zoeken om een plaatsje te vinden voor je portefeuille, gsm en huissleutels. Het multimedia en navigatiesysteem is niet aangenaam en ergonomisch om mee te werken. De voorste koffer is wat omslachtig om te openen met een hendel onder de stuurkolom.

De minpunten wegen echter niet op tegen de voordelen. De Alpine is een heerlijk rijdende auto, een verademing in het huidige autolandschap waar alles groter en sneller moet. Wat ons betreft, auto van het jaar 2018!