Reportage: Col de Vence per Alpina D3 BiTurbo

Reportage: Col de Vence per Alpina D3 BiTurbo

“Alpina? Ja! dat zijn die sportieve Renaults, niet ?”

Zelden een merk gereden dat zo onbekend is bij het grote publiek. Zelfs autoliefhebbers kennen het merk dikwijls amper. Ikzelf had echter genoeg aan wat Youtube video’s en een een uitgebreide testrit om overtuigd te geraken. Ook het feit dat zo een Alpina vrij incognito is, sprak me beroepshalve aan.

Deze wagen is niet zomaar een testwagen, het is mijn eigen auto. Voorheen reed ik met een 5 reeks en een BMW M3 E46. De eerste heb ik weggedaan omwille van het feit dat het mijn ding niet was: steengoeie wagen, maar het was me toch wat te onsportief. De tweede was misschien wel mijn mooiste auto ooit, maar ik gebruikte hem te weinig. Met 75000 kilometers op de klok en een mooie verkoopprijs mocht hij vertrekken. Onterecht misschien, maar ik heb er nooit het rijplezier in gevonden van pakweg een Megane Rs of Clio Rs.

De zoektocht naar een all-in-one begon en na veel wikken en wegen vond ik de ideale Alpina D3 in een mooie configuratie.

De Alpina in kwestie is een ‘D3 Biturbo Touring RWD’, zoals de naam officieel luidt. Nummertje 160 voor de liefhebbers. Het was naar verluid de eerste LCI, of facelift, in België. Belangrijkste optie is het Drexler sperdifferentieel. Alpina biedt deze wagen zowel aan met achterwielaandrijving als in ‘Allrad’ versie. Het sper kan op beide versies bekomen worden.

Ik wilde al even een testverslag neerpennen, maar heb bewust gewacht tot ik hem eens grondig  aan de tand kon voelen. En zo geschiedde: uw hothatch redacteur vertrok naar de “Col de Vence/ Route de Gentelly”, een stuk baan, die het befaamde vakblad EVO gebruikt als ze in Zuid Frankrijk zijn. Deze weg loopt via de D2 naar de Col De Vence. Een uitdagend stuk asfalt die alles heeft: hairpins, snelle afdalingen, prachtige vergezichten, en – niet onbelangrijk – een goed overzicht op de tegenliggers. Ook de wisselende weersomstandigheden maken het extra uitdagend. De rit duurt in totaal een klein uur.

De Alpina bleek al van bij het begin een goeie reiscompagnon: al de bagage voor een weekje weg voor 4 slikte hij zonder moeite (toegegeven, een aantal nice-to-haves waren weggelaten tegenover vroeger met de 5), en op de baan bleek hij vrij comfortabel: weinig rijgeluiden ( dat bleek bij de eerste exemplaren van de BMW 3 wel eens anders) en een hoogstaand rijcomfort ondanks de 19 inch. Of het moet aan de nieuwe Pilot Sport 4S banden gelegen hebben, die net gemonteerd waren.

Een bijzondere negatieve vermelding is er voor de zetels: na 300 km voelde ik mijn onderrug pijn doen, om na 1000km een bijna krampachtige pijn te hebben. Ik weet uit ervaring dat dezelfde zetels in alcantara en stof een stuk beter zitten. Het venijn zit hem in het feit dat de leder bekleding niet veel meebuigt, daardoor vrij hard is, waardoor je in je rug weinig steun van de zetel krijgt. Het is voor dagelijkse ritten allemaal wel te doen, maar als ik nog eens zo lang moet rijden ga ik mijn voorzorgen nemen. Of het moet zijn dat de optionele lendensteun hier soelaas biedt…

De motor rijdt inderdaad op het Satansapje. Geen dikke benzinesound, maar voor een diesel klinkt de auto heus niet slecht door zijn Akrapovic pijpen. Het is de eerste wagen waarbij de regeneratiemodus zo hard opvalt: dan klinkt hij ronduit gemeen. Eens je je vooroordelen over diesel opzij gezet hebt, ontdek je een krachtbron die qua power, souplesse en zuinigheid zijn gelijke amper kent. Met zijn 350pk en 700Nm koppel dendert deze powerstation de steile Zuid Franse hellingen omhoog met een nijdigheid die het menig sportwagen lastig maakt. Voor de volledigheid: op de 1100km lange rit kwam de auto toe met 6,5 liter aan de pomp (6,4 op de boordcomputer)

Terug naar de route: Vertrekken doe je in Vence, een pittoresk dorpje, dat vooral gekend zal zijn bij de fietsliefhebbers. Van daar rij je naar Gréolières. Tussendoor word je in de beginne getrakteerd op een paar steile haarspeldbochten met tussendoor een paar lange rechte stukken. Opletten is het wel bij de brugjes over de beken, die zijn vrij blind en smal.

Onze D3 verorberde dit stuk voortreffelijk. Dit is voor een wagen het lastigste stuk omdat het de beklimming inhoudt. De combinatie van één van de betere moderne stuurinrichtingen en een niet te harde ophanging zorgen ervoor dat je altijd het gevoel hebt de volledige controle te hebben over de wagen. Nooit wordt het stuiterig. De wagen ligt als een blok op de baan, en geeft je veel vertrouwen. Je kunt de beklimmingen omhoog denderen met een snelheid, die in België met de “danger zone” flirt.

Ik wil ook even de genialiteit van de versnellingsbak beklemtonen. De bak is de gekende ZF8 van de gelijknamige fabrikant. Ik ben zelf niet altijd fan van elke implementatie in o.a. Audi’s en mijn eigen ex-BMW 5, maar hoe Alpina die bak geprogrammeerd heeft grenst aan de perfectie. Het is gelijk of die bak veel meer gradaties in zijn begrijpen van de bestuurder heeft dan pakweg een BMW. Er wordt supersnel van versnelling veranderd of indien gewenst onvoelbaar comfortabel. Ook leuk zijn de typische Alpina schakelknoppen die je toelaten zelf het heft in handen te nemen, in welke hoek het stuur ook staat.

Na Grèolières volgt er een afdaling tussen de bomen. Je genereert er erg veel snelheid, waardoor de gripgrens in de bochten goed kan opgezocht worden. Een Nurburgring gevoel is qua g-krachten niet veraf. Wederom heb je nooit het gevoel dat het te hard gaat of dat de auto plots gaat terugbijten, zoals een M-product dat wel kan. De nattigheid in de bochten zorgde er ook voor dat het sperdifferentieel volkomen tot zijn recht kwam. De wagen kon zeer makkelijk in een geleidelijk overstuur worden gedwongen. Niet moeilijk met dat vrachtwagenkoppel, maar het sper zorgde er wel voor dat de wagen veel controleerbaarder blijft dan pakweg een BMW 330d in vergelijkbare situaties.

Eénmaal afgedaald is er een terug een klim voorzien richting de Route de Gentelly(D2). Die brengt je richting uitdagende bochten met werkelijk prachtige vergezichten. De hoogtes, de in rotswanden gemaakte tunneltjes, de rotslandschappen aan de overkant: Het is een moeilijk te overtreffen combinatie ‘sightseeing’ en ‘driving fun’.

En zo kom je na dit epische stuk baan aan het eind van de route. Op zich geen probleem: op het rondpunt gelegen op de Route de Gréolières Les Neiges kan je perfect rechtsomkeer maken en de route achterstevoren rijden.

Tot slot nog even over de D3. Is het de perfecte auto? Neen. Het is en blijft een compromis, maar wat voor één. De combinatie comfort en sportiviteit kent geen gelijke in zijn klasse. Een A4 3.0 is comfortabeler en stiller, maar biedt geenszins de ‘driver appeal’ van een BMW, laat staan dat van deze Alpina. Een BMW rijdt een pak harder, heeft een kunstmatig zware stuurinrichting zonder sportiever te zijn. Neen, Alpina maakt het werk af, waar BMW stopte. Het feit dat hij nog zo comfortabel is, betaal je wel in bochten op erg hoge snelheden: daar voelt de Alpina iets meer “zwevend” dan een vergelijkbaar M product. Het leunt aan bij de missie van Alpina: erg snelle baanwagens maken, geen circuitauto’s. M vs Alpina: de baan of het circuit? De keuze is aan jou, maar weet dat je met de D3 tonnen rijplezier in huis haalt aan een fractie van de running costs van een M, RS of AMG.

Geef een reactie!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *